Op 19 oktober 1968, de eerste zaterdagmiddag in het nieuwe televisieseizoen waarop de KRO uitzond, kondigde omroepster Eveline Branbergen Vijftig minuten rond de tien aan, een opvoedkundig programma waarin kinderen konden leren hoe ze boeken konden kaften, het rooien van aardappels, hoe seismografen werken en waarom beren een winterslaap houden.
Al tijdens de aankondiging werd de uitzending verstoord door de O.O.O.H., de Oebeler Omroep voor Ontspanning Hoera, die het saaie programma zou vervangen door een "pretprogramma". Zo ontstond Oebele, dat eens per vier weken 50 minuten lang op zaterdagmiddag werd uitgezonden vanuit het fictieve stadje Oebele in het gelijknamige graafschap.
Waren tot dan toe kinderprogramma’s op de Nederlandse televisie vooral voor kinderen gemaakt en zelden met kinderen, in Oebele hadden zij een grote inbreng. Kinderen speelden en zongen mee en mochten onderwerpen voor het programma bedenken. Ze kregen alle vrijheid, want in Oebele woonden wel volwassenen maar geen ouders.
Waren tot dan toe kinderprogramma’s op de Nederlandse televisie vooral voor kinderen gemaakt en zelden met kinderen, in Oebele hadden zij een grote inbreng. Kinderen speelden en zongen mee en mochten onderwerpen voor het programma bedenken. Ze kregen alle vrijheid, want in Oebele woonden wel volwassenen maar geen ouders.
![]() |
| Opname in de MC Studio in Nederhorst den Berg met de vier hoofdrolspelers en het koor |
In iedere aflevering waren diverse liedjes te horen, bijna allemaal afkomstig van Joop Stokkermans (muziek) en Harrie Geelen (tekst), die vooraf werden opgenomen in de MC Studio in Nederhorst den Berg. Harrie Geelen maakte iedere aflevering ook een animatiefilm van een door zijn echtgenote Imme Dros geschreven verhaal, gebaseerd op kindertekeningen.
De uitzendingen werden gepresenteerd door Koen de Graaf (Willem Nijholt) en Aagje Ritsema (Wieteke van Dort) vanaf het Pretpleintje. Rond dit plein stonden onder andere een hotel voor de gasten, een theater en een plantsoen en in het midden een eikenboom die iedere aflevering iets groter was geworden. Augustus Rozegeur (Herman Vinck) was zowel de regisseur als de burgemeester van Oebele. De kinderen van Oebele werden gespeeld door het Oorverdovend Overfraai Oebeler Omroepkoor onder leiding van Henk van der Velde.
Opvallend was dat alle makers, voor en achter de schermen, bij het begin van de serie onder de 40 jaar waren.
Seizoen 1
![]() |
| Wieteke van Dort en Willem Nijholt als Aagje en Koen in de tweede aflevering |
Vanaf de derde aflevering bezorgde postbode Paulus (Ab Hofstee) brieven van de kinderen die een onderwerp voor het programma hadden bedacht, en soms ook voor het programma werden uitgenodigd. Vanaf deze uitzending kregen ook de Balletbuitelaars onder leiding van Olga Dzialiner een vaste plek in het programma. In de vijfde aflevering deden kinderen van het instituut voor doven uit St. Michielsgestel onder leiding van docenten beeldende expressie Jos Zeegers en Berry Roestenburg voor het eerst mee. Zij maakten vaak decorstukken, zoals het standbeeld van Oe de eerste dat in het plantsoen kwam te staan.
Bekende Nederlanders brachten graag een bezoek aan Oebele, waaronder in dit seizoen Willeke Alberti, Anton Geesink, Lex Goudsmit en Kees Verkerk.
Seizoen 2
Na het eerste seizoen was Oebele zo populair geworden, bij jong en oud, dat de uitzendingen niet langer als 'illegaal' werden beschouwd. De KRO stond er graag zendtijd voor af. Op veler verzoek waren de liedjes die in de afleveringen gezongen werden op de langspeelplaat Welkom in Oebele uitgebracht, en er zouden nog drie langspeelplaten en een verzamelalbum volgen. De eindtune "Oebele is hupsakee!" verscheen op single en zou in het najaar van 1969 zelfs de Top 40 halen.
Op 25 september 1969 werd een feestje georganiseerd nadat bekend was gemaakt dat de eerste twee lp's een Edison had gewonnen. KRO-directeur Harry van Doorn noemde in zijn speech Willem en Wieteke de "redders van de KRO" omdat zij, als de blikvangers van Oebele, ervoor gezorgd hadden dat er veel nieuwe leden waren bijgekomen.
De opzet van het programma veranderde langzaam, in plaats van diverse losse onderdelen kwamen er uitzendingen rondom een thema zoals vakantie, het circus en de dierentuin met een eigen verhaallijn. André van Duin maakte in deel 11 in zijn acteerdebuut.
In het tweede seizoen kreeg Oebele er ook nieuwe bewoners bij, zoals Geesje Zoet (Marjan Berk) die een winkel begon in snoepgoed en lekkers. Toen Augustus op wereldreis ging zou ze zelfs locoburgemeester worden. Paulus werd naast postbode ook de beheerder van het museum dat officieel het 'Oebeler Pakhuis voor Lorren en Rariteiten' heette. In deel 15, Oebele gaat foebele, werd topvoetballer Billy Biggelaar (Rob de Nijs) uit Appelschavoor ƒ 47,50 en een buskaartje toegevoegd aan de selectie van FC Oebele. Er werd een wedstrijd tegen het eerste elftal van Feijenoord gespeeld - en Oebele won!
Behalve op televisie kon alles wat er in Oebele gebeurde ook gevolgd worden in de Oebele Krant die vanaf 1970 maandelijks als speciale bijlage te vinden was in het omroepblad van de KRO. Er werd alvast bekend gemaakt waar de komende uitzending over zou gaan en de hoofdrolspelers beantwoordden vragen van briefschrijvers.
Seizoen 3 en 4
In 1970 verscheen tijdens de Kinderboekenweek Het groot oogverblindend Oebele omniboek nummer één - Hoera van Harrie Geelen, met bijdragen van Imme Dros en Bram van Erkel. Het bevat verhalen, gedichten en foto’s met als speciale bijlage een poster met de plattegrond van het graafschap Oebele.
Dankzij de populariteit van Oebele kreeg het programma meer budget en kon er steeds vaker op locatie worden gefilmd. In seizoen 2 had producent René Sleven nog een afwijzing van de KRO gekregen toen hij voorstelde een aflevering in Engeland op te nemen; de liedjes "Typically British" en "Bossa Brittannica" werden wel opgenomen. In deel 20, 'Oebele in volle zee', vertrokken enkele Oebelaars per boot alsnog naar Southampton en al eerder werden er opnamen in Parijs gemaakt, naast onder meer Den Haag, Amsterdam en dierentuin Blijdorp in Rotterdam.
![]() |
| Geesje en Paulus trouwen in deel 27: Oebele gaat bruiloft vieren |
Na Oebele
Nog geen maand na de laatste uitzending was de opvolger van Oebele al te zien: Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?, opnieuw met teksten van Harrie Geelen en muziek van Joop Stokkermans. Deze legendarische jeugdserie zou vijf jaar te zien zijn. Rob de Nijs en Ab Hofstee hadden hoofdrollen, Wieteke van Dort en Willem Nijholt zouden gastrollen spelen.
Hoewel nooit herhaald - de meeste afleveringen waren inmiddels gewist - werd Oebele niet vergeten. Veel mensen herinneren zich de liedjes nog of de bekende kreet "Oebele is hupsakee!".
In het najaar van 2006 ging in de theaters een musicalversie van de serie van start, waarin Joris Lutz op zoek ging naar het Oebele-gevoel. Zijn vader Luc Lutz had 35 jaar eerder een gastrol gespeeld als directeur van de Diergaarde Oebelerheide.
![]() |
| Willem Nijholt en Wieteke van Dort met het eerste exemplaar van de Oebele dvd/cd-box. Foto: Bob Huitink. |
Bijna 40 jaar na de laatste uitzending zijn in 2011 bijna alle bewaarde opnamen voor het eerst op dvd verschenen, samen met een cd met de 20 bekendste en mooiste liedjes. In 2014 werd tijdens de fandag die helemaal in teken stond van Oebele en Hamelen een 4 cd-box gepresenteerd met 100 liedjes.
De Oebelaars zijn elkaar ook niet vergeten, zo vonden en vinden er regelmatig reünies plaats, onder andere in het Amsterdamse café De Twee Zwaantjes waarvan Trees Ruzette, die zelf jarenlang zong in het Oebeler Koor, tot en met 2022 een van de eigenaars was.
Publicatiedatum: 1 oktober 2018
Laatste aanvulling: 27 juni 2026
Terug naar Informatie





